Call for papers


Waanzin

Het thema van het volgende dossier van LOCUS (najaar 2020) is Waanzin.

Waanzin heeft in alle tijden tot de verbeelding gesproken en is diep verankerd in onze culturele beeldvorming. Het kan vele vormen aannemen: van contact verliezen met de werkelijkheid (zoals bij psychoses en wanen), stemmingsstoornissen (bijvoorbeeld depressie of manie) en persoonlijkheidsstoornissen (zoals borderline-persoonlijkheidsstoornis) tot angsten, vreemde tics en curieus gedrag.

In de westerse geschiedenis werd de waanzinnige vaak met spot of vrees, maar ook wel met ontzag benaderd: Plato dacht dat waanzin een gift van de goden was. Aristoteles legde een verband tussen waanzin en creativiteit en vroeg zich af hoe het kwam dat uitzonderlijke talenten in de filosofie, politiek en kunsten zo vaak melancholici waren. Ook vandaag wordt het verband tussen genialiteit en waanzin nog gelegd.

Er zijn altijd uiteenlopende verklaringen geweest voor vreemd of krankzinnig gedrag. Soms zocht men die verklaring in externe factoren als boze geesten of de werking van de volle maan, wat we terugzien in mythische figuren als de weerwolf en in woorden zoals ‘maanziek’ of het Engelse ‘lunatic’. Soms werd een verklaring gevonden in het lichamelijke, zoals een verkeerde verhouding van de lichaamssappen of een verstoord biochemisch evenwicht, of in geestelijke factoren, zoals ernstig verdriet of traumatische ervaringen. Ten slotte werd de oorzaak gezocht in sociaal-culturele factoren, zoals bijvoorbeeld de antipsychiatrie in de jaren zeventig deed.

In onze tijd kent de psychiatrie een sterk biologische nadruk en worden de verschillende vormen van waanzin vaak gezien als hersenziekten of –stoornissen. Er is echter ook een tegenbeweging die benadrukt dat voor de meeste psychiatrische aandoeningen geen eenduidige biologische markers bestaan. Vanuit die tegenbeweging wordt de vraag gesteld of psychische problemen wel onder een ziektemodel kunnen worden begrepen en of de verhouding tussen rede en waanzin er wel een is van dichotomie, of dat waanzin eerder een niet goed begrepen aspect van de rede is.

Naast de verschillende verklaringen die werden en nog worden gegeven voor waanzinnig of onbegrepen gedrag werd in verschillende tijden en culturen anders omgegaan met mensen die als waanzinnig werden beschouwd. Zij werden bijvoorbeeld onderworpen aan religieuze tuchtiging of duiveluitdrijving, verbrand als heks of verbannen uit de samenleving en afgezonderd in dolhuizen of psychiatrische inrichtingen. Anderzijds zien we in de westerse kunst, met name tijdens de Romantiek, een positieve waardering van waanzin.

De redactie van LOCUS nodigt onderzoekers uit de verschillende cultuurwetenschappelijke disciplines uit om te reflecteren op waanzin in de brede zin van het woord. Daarbij kunnen zeer uiteenlopende invalshoeken en onderwerpen worden gekozen. Vragen die aan de orde kunnen komen zijn bijvoorbeeld de volgende:

  • Hoe zijn waanzin en psychiatrie verbeeld in de literatuur? Bestaat er zoiets als therapeutische fictie of kunst?
  • Hoe is vroeger en nu gedacht over de verbanden tussen waanzin en creativiteit/ genialiteit?
  • Wat toont ons de geschiedenis van (het denken over en de omgang met) waanzin en de (anti)psychiatrie?
  • Hoe is waanzin verbeeld in de kunst? Wat is er te zeggen over het fenomeen van de outsider art?
  • Wat leert ons het filosofische denken over waanzin, of over de classificatie en reïficatie van psychiatrische ziektebeelden in medische classificatiemodellen zoals de DSM? Hoe kunnen begrippen als waanzin en normaliteit überhaupt gegrond worden? Is psychiatrie een medische of een geesteswetenschap?

Stuur uw abstract (max. 300 woorden) naar: locus@ou.nl vóór 20 oktober 2020.

Raadpleeg hier de auteursrichtlijnen.

© 2020 Open Universiteit | Lees de disclaimer en de privacyverklaring van de OU |Voor het colofon zie Over LOCUS |

Voor contact met de redactie kunt u mailen naar locus@ou.nl